Hoeveel sparen per maand is normaal? Het eerlijke antwoord — inclusief de mensen die helemaal niks sparen
Jarno Koopman
Oprichter Waar blijft het · 21 mei 2026
Het Nibud adviseert 10 procent van je netto inkomen te sparen. Dat weet bijna iedereen. Maar wat de meeste mensen niet weten: meer dan een kwart van de Nederlandse huishoudens spaart helemaal niets. En van de mensen die wél sparen, haalt de meerderheid die 10 procent niet.
Dat is geen moreel oordeel. Het is gewoon hoe de getallen eruitzien. En het betekent dat als jij nu minder spaart dan “zou moeten”, je in zeer goed gezelschap verkeert.
Dit artikel legt eerlijk uit wat normaal is, wat haalbaar is, en wat er werkelijk nodig is om financiële rust te krijgen.
Spaargedrag Nederlanders
Hoe de werkelijkheid eruitziet
Meer dan een kwart van de Nederlandse huishoudens spaart structureel niks. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat er aan het einde van de maand niets meer over is.
De grootste groep. Zet elke maand iets opzij, maar te weinig om een echte buffer op te bouwen. Nibud-advies van 10% is buiten bereik.
Dichter bij de norm. Bouwt langzaam een buffer op. Voor een modaal gezin met kinderen is dit al een prestatie.
De minderheid. Haalt de officiële Nibud-norm. Bijna altijd met een actief systeem: automatische overschrijving op salarisdag, aparte spaarrekeningen per doel.
Bron: CBS vermogensstatistieken 2024, FinBuddy spaaronderzoek 2026.
Wat de cijfers werkelijk zeggen
Het Nibud-advies van 10 procent is een norm, geen beschrijving van de werkelijkheid. De werkelijkheid is dit: de gemiddelde Nederlander spaart 6,5 procent van het netto inkomen. Structurele spaarders sparen gemiddeld €240 per maand.
Maar het gemiddelde vertekent. CBS-data laat zien dat een groot deel van de huishoudens nauwelijks vermogen opbouwt. Het mediane spaarsaldo van een Nederlands huishouden is €23.000 — dat is het bedrag waarbij de helft meer heeft en de helft minder. Het gemiddelde van €58.000 wordt omhoog getrokken door een kleine groep met veel vermogen.
Vertaald naar spaargedrag: de meeste mensen sparen minder dan ze denken, minder dan ze zouden willen en minder dan de norm zegt dat zou moeten.
Waarom haalt de meeste mensen die 10 procent niet?
Niet door gebrek aan discipline. Maar door een systeem dat niet klopt.
Het probleem is de volgorde. De meeste mensen betalen eerst hun vaste lasten, doen daarna de dagelijkse uitgaven, en sparen wat er overblijft. Maar er blijft bijna nooit iets over. Geld op een betaalrekening verdwijnt — in kleine aankopen, in vergeten abonnementen, in een onverwachte rekening.
De mensen die structureel wél sparen doen het andersom. Op de dag dat het salaris binnenkomt, gaat er direct een vast bedrag naar een spaarrekening. Daarna leven ze van wat er overblijft. Die volgorde verandert alles.
Dat klinkt simpel. En dat is het ook. Maar het vraagt dat je het één keer instelt — een automatische overschrijving op de eerste van de maand — en daarna niet meer aan denkt.
Wat is een realistisch beginpunt als je nu niks spaart?
Niet €310 per maand (de Nibud-10% bij modaal inkomen). Dat is het einddoel, niet het beginpunt.
Een realistisch beginpunt is €50 per maand. Dat is €600 per jaar. Na twee jaar heb je €1.200 — genoeg om de meeste kapotte huishoudelijke apparaten te vervangen zonder dat het de maand kapot maakt.
Daarna verhoog je elk kwartaal met €25. Na een jaar zit je op €125 per maand. Dat is nog steeds onder de norm, maar het is een systeem dat werkt. En een systeem dat werkt is meer waard dan een norm die je niet haalt.
Het verschil tussen sparen en een buffer hebben
Veel mensen verwarren sparen met investeren of vermogen opbouwen. Maar de eerste stap is simpeler: een noodbuffer.
Nibud adviseert drie tot zes maanden netto inkomen als buffer. Bij een modaal inkomen van €3.100 is dat €9.300 tot €18.600. Dat klinkt als een doel voor over tien jaar.
Maar de eerste €1.000 is het meest waardevol. Die ene duizend euro is het verschil tussen een kapotte wasmachine die een crisis is en een kapotte wasmachine die een vervelende aankoop is. Die €1.000 haal je met €50 per maand in twintig maanden — minder dan twee jaar.
Begin daar. De rest volgt vanzelf als het systeem staat. Meer over het opzetten van spaardoelen stellen lees je in dat artikel — inclusief hoe je aparte rekeningen per doel opzet.
Wil je weten hoeveel ruimte er in jullie situatie zit om te beginnen met sparen — of meer te sparen dan nu? Doe de gratis analyse en zie direct waar jullie geld naartoe gaat en waar de ruimte zit.
Benieuwd hoe jullie situatie eruitziet? Doe de gratis analyse en zie direct waar jullie geld naartoe gaat.
Start de gratis analyse →Veelgestelde vragen
Hoeveel procent van de Nederlanders spaart helemaal niets?
Meer dan een kwart van de Nederlandse huishoudens spaart structureel niets, blijkt uit CBS-data en onderzoek van FinBuddy. Dat is niet uitzonderlijk — het is de werkelijkheid voor veel gezinnen met hoge vaste lasten en weinig overschot.
Hoeveel sparen Nederlanders gemiddeld per maand?
Structurele spaarders sparen gemiddeld €240 per maand. De Nibud-norm van 10% zou voor een modaal netto inkomen van €3.100 neerkomen op €310. De meeste mensen halen die norm niet — het werkelijke gemiddelde ligt op 6,5% van het netto inkomen.
Hoe begin ik met sparen als ik nu niets overhou?
Stel een automatische overschrijving in op de dag dat je salaris binnenkomt — ook al is het maar €50. Spaar eerst, geef daarna uit. Dat ene principe maakt meer verschil dan elk ander financieel advies. Verhoog het bedrag elke drie maanden met €25.
Hoeveel spaargeld is normaal voor mijn leeftijd?
Het CBS-mediaan: dertigers hebben gemiddeld €23.000 spaargeld, veertigers €34.000. Maar het gemiddelde wordt sterk omhoog getrokken door een kleine groep. De helft van de dertigers heeft minder dan €10.000. Vergelijk jezelf niet met gemiddelden — vergelijk jezelf met wie je gisteren was.
Is het Nibud-advies van 10% realistisch voor een gezin met kinderen?
Voor veel gezinnen met hoge vaste lasten en kinderen is 10% lastig haalbaar. Maar begin is wat telt. Zelfs €50 per maand automatisch apart zetten is beter dan niets, en bouwt het patroon op dat later makkelijker op te schalen is.
Bronnen